In Memoriam Antoine van den Wildenberg, 15 oktober 2014

Op 20 mei 1938 werd het Tsjecho-Slowaakse leger in een gedeeltelijke mobilisatie gebracht in verband met de dreiging van een militaire Duitse inval. Diezelfde dag schrok de stad Helmond op van de oerkreet die Antoine voortbracht, nadat hij het geboortekanaal van zijn moeder, Anneke van Lamoen, had verlaten. Hij was haar 2e kind en eerste zoon. Ze noemden hem Antoine Arnoldus Alex Franciscus. Hij was het broertje van Wil en later de broer van Ans en Henny. Antoine groeide op in het café-restaurant van zijn ouders gelegen aan de Orthenstraat in Den Bosch. Op een speciaal krukje stond hij achter de bar de glazen te spoelen. Tijdens de oorlogsjaren werd het etablissement veelvuldig bezocht door de bezetter, ook wel De Mof genoemd, waardoor ze op eieren moesten lopen. Doordat zijn vader zelf verzot was op de fles was thuis de sfeer nogal eens gespannen. Toine zocht daarom zijn vertier vooral buitenshuis. Het feit dat hij zijn zussen min of meer in de steek liet, zou hij later de belangrijkste reden noemen voor de gemankeerde broer-zus relatie. Hij heeft zich dat erg aangetrokken. Het gemis aan een normaal gezinsleven compenseerde Toine door zich te ontwikkelen tot een teamspeler. Door initiatiefrijk en ondernemend gedrag oogstte hij waardering en aandacht. Aandacht die hij thuis moest missen. Zo was Toine jarenlang actief bij de Verkenners waar hij altijd met trots en plezier over sprak. Een groepsverband met duidelijke afspraken en hiërarchie. Mijn puberale opmerking dat het eigenlijk een soort Nederlandse Hitler-jugend was, werd beloond met een rechtse directe. Geen kwaad woord over de Verkenners! Toine voelde zich in dit soort gemeenschappen veilig en gewaardeerd. Dit wordt de rode draad in zijn leven.

Toine was geen briljante leerling en na 2 jaar technische school ging hij werken. Zo was hij onder andere naaimachinemonteur. Daarnaast volgde hij in de avonduren De Middelbare Handelsschool. Kom daar bij de huidige jeugd nog maar eens om! Hierna volgde de Militaire Dienst. Een groot avontuur resulterend in bruisende verhalen. Gerichte navraag leert ons echter dat hij na 6 weken kon vertrekken. Hij werd alsnog afgekeurd vanwege zijn oren. In verband met herhaalde hardnekkige middenoorontstekingen in zijn jeugdjaren waren zijn trommelvliezen verworden tot gatenkaas. Dit leidde tot een slecht gehoor en terugkerende ontstekingen, waar hij echt ziek van werd. Later heeft hij het als een groot gemis ervaren dat hij op vakanties met ons niet kon spelen in het water. Toine kon goed zwemmen en was gek op water, maar eenmaal met zijn oren onder water was de kans op een ontsteking groot. Het voordeel was dat de vakantiebestemming meestal naar een warm en droog gebied was.

Na de dienst te hebben verlaten heeft hij gedurende 4 jaar de Latijnse School – de “ School voor late Roepingen” – in Gemert gevolgd. Hij verbleef in kosthuizen met de andere studenten en heeft zich daar heerlijk uitgeleefd. Je kunt uit die tijd geen fotoboek openslaan of er wordt uitbundig gelachen, meestal met Toine in de hoofdrol. De studie verliep redelijk goed en voor Toine was deze periode vormend. Hier werd het fundament van zijn geloof in beton gestort.

Nadat hij de Latijnse School tot een goed einde had gebracht, reisde hij diverse kloosterordes af om te ervaren bij welke hij zich het meest thuis zou voelen. Hij meldde zich uiteindelijk bij de Jezuïeten aan de Houtlaan in Nijmegen. Aldaar startte hij de priesteropleiding en volgde vakken als filosofie en theologie. Binnen het klooster was hij gelukkig. Er was veel activiteit – sport, toneel, studie, lezen en schrijven – en er was veel waardering. Hij deed daar zijn kleine gelofte. Maar ondanks het feit dat hij een fijn thuis had gevonden rees de twijfel over zijn roeping: het priesterschap en het celibaat. Met deze twijfel heeft hij enorm geworsteld en het maakte hem zelfs ziek. Hij werd opgenomen op de afdeling Neurologie in het Radboud. Aldaar verscheen voor hem de heilige maagd Louise. Louise [Wies] was een verpleegkundige. Voor Toine echter bleef zij – tot 8 oktober jl. – een Engel, die de twijfel over zijn roeping – alleen al door haar verschijning – volledig ophelderde. Zijn roeping en zijn hoofdpijn verdwenen als sneeuw voor de zon. Zuster Wies viel als een blok voor zijn stem en zijn charisma. Ze liep expres terug naar zijn zaal om zijn stemgeluid te kunnen horen. Ze ging ervan zweven. Toine, op zijn beurt, begon zodra hij Wies zag als vanzelf tot haar te spreken. En zo ontstond een nieuwe gezamenlijke roeping. Zus Ans is met groot plezier aan hun moeder gaan vertellen dat Toine het klooster ging verlaten vanwege engel Wies. U kunt zich voorstellen dat de eerste kennismaking tussen Wies en de in haar trots gekrenkte moeder wat moeizaam verliep. Wies bleek echter al snel ook een betoverende indruk te maken op vader Harry, hetgeen de sfeer absoluut positief beïnvloedde. Ze mocht blijven.

Maar hoe nu verder. Er moest brood op de plank. Een vriendin opperde of journalist niet iets voor hem zou zijn. Toine besloot bij diverse dagbladen te solliciteren. Hij werd aangenomen bij het Utrechts Nieuwsblad vanwege zijn kennis over de katholieke kerk en zijn Brabantse wortels. Hij werd sociaal economisch redacteur en maakte een vliegende start. Hij werkte hard en publiceerde onder andere over de kerkelijke vernieuwingen onder Monseigneur Bekkers. Na 6 maanden werd hij gevraagd voor een functie in Den Haag. Hij werd parlementair redacteur voor de Limburgia Pers – de verzamelde Limburgse Kranten.

Toine en Wies trouwden op 1 april 1967 voor de kerk in Chaam – de woonplaats van Wies haar familie – en verhuisden naar Den Haag waar ze een etage betrokken in de Frederik Hendrikstraat. Wies werkte in het ziekenhuis te Voorburg en raakte zwanger. Op 13 augustus 1968 werd Frits geboren. Toine is zijn zoon aan gaan geven met een fles Jonge Jenever onder de arm om vervolgens met de ambtenaar van de Burgerlijke Stand het glas te heffen. Zijn volgende functie was Persvoorlichter van de Katholieke Volkspartij, de KVP, welke later opging in het CDA. Toine zat toen midden in de Haagse politiek.

De etage in Den Haag werd verruild voor een nieuwbouwwoning in Zoeterwoude. Stan en Floor zagen hier onder de rook van Heineken – in resp. 1970 en 1973 – het levenslicht. Na de geboorte van Floor kreeg Toine het aanbod om bij de KRO te gaan werken. Hij werd daar verantwoordelijk voor de public relations: een uitdaging bij een vereniging met een zeer uitgebreide achterban. Het gezin verhuisde naar Leusden-Zuid. Dit lag centraal in Nederland wat ideaal was in verband met de dynamische functie van Toine. Het dorpse karakter, de weilanden, de nabije bossen maar vooral het pleintje achter het huis zorgden ervoor dat de kinderen heerlijk vrij opgroeiden.

Op 36-jarige leeftijd sloeg de rampspoed toe. Toine kreeg in de auto zijn eerste hartinfarct. Tijdens de langdurige ziekenhuisopname werd hij zelfs nog eens gereanimeerd. Eenmaal thuis wilde het niet vlotten. Toine maakte een depressie door. In deze inktzwarte periode is hij gestart met actief wandelen, hetgeen resulteerde in een heuse hardloopcarrière. Hijzelf noemde het liever “sjokken”. Het deed hem goed. Hij werd slanker en energieker en was uiteindelijk in staat om na 9 maanden ziekte zijn werk te hervatten. Toine was veel weg van huis. De vergaderingen met de contactgroepen in het land vonden namelijk altijd in de avonduren plaats. Hierdoor was hij vaak pas ’s nachts thuis uit bijv. Goes.

Rond zijn 40e, volgde een ziekenhuisopname in verband met spraak- en visusstoornissen. In deze periode greep hij voor het eerst serieus naar de tekenspullen. Ook nu werd hij direct fanatiek en volgde diverse cursussen en workshops. Hij sloot zich aan bij de Vrije Kwasten; een min of meer slapende vereniging van hobbyschilders. De komst van Toine zette deze club in de overdrive. Hij organiseerde exposities, publiceerde krantenartikelen en predikte dat “iedereen kon schilderen”. Binnen korte tijd moest de vereniging – waarvan hij uiteindelijk voorzitter werd – een ledenstop afkondigen. Daarnaast organiseerde hij de jaarlijkse Kunstroute of Open Atelierroute, Buitenschilderweken, werd voorzitter van Artiplu etcetera. Grote vriendschappen zijn hier uit voort gekomen. Daarnaast was hij actief in de Kerk. Hij was lid van het parochiebestuur en was Lekenvoorganger. In Lisidunahof – een verpleeghuis voor psychogeriatrische patiënten – verzorgde hij lange tijd iedere 2 weken een viering. Zo was hij toch nog een beetje priester. Een andere grote passie was het zingen. Hij heeft jarenlang ziel en zaligheid gegeven aan het Koor wat vandaag zijn afscheid opluistert.

In 1995 werd hij tijdens een vakantie op Corsica doodziek. Wies is met hem en de caravan vanaf Corsica de boot opgereden om vervolgens in haar eentje in één ruk door te rijden naar Leusden. Diverse malen heeft ze onderweg gedacht dat hij het loodje zou leggen. In het ziekenhuis werd hij direct doorgereden naar de operatiekamer. Er bleek sprake van een ernstige buikvliesontsteking ten gevolge van een geperforeerde blindedarm. Diverse operaties, een stoma en 6 weken IC-opname waren het resultaat. Een zware periode. Maar ook uit deze as is Toine weer herrezen. Hij was 58 jaar en is daarna niet meer aan het werk gegaan.

Na een jaar was hij redelijk hersteld en hij besloot een lang gekoesterde wens in vervulling te laten gaan: een pelgrimstocht naar Santiago de Compostela. Hij startte in Vezelay en na 6 weken alleen gelopen te hebben sloot Wies aan. Vanaf de voet van de Pyreneeën legden ze samen het laatste deel naar Santiago af. Een waanzinnige ervaring.

Wies werkte nog 7 jaar door bij het Astmafonds. Toine betrok een atelier en leefde zich uit in het schilderen en alles wat daarmee te maken had. Minimaal één keer per week een foto in de krant, leek het motto. Samen met Wies was hij sociaal actief. Maar ook van samen tennissen op ‘Slockhorst’, wandelen en op reis met ‘Wieskes Wegwezer’ genoten ze enorm. ‘Wieskes Wegwezer’ was de naam van de Alpenkreuzer in onze jeugdjaren en van hun caravan waarmee ze Europa onveilig maakten.

Langzaam begon het feit dat hij al op zo jonge leeftijd zijn eerste hartinfarct doormaakte zich te wreken. Verminderde conditie, meer medicatie, jichtaanvallen, suikerziekte en uiteindelijk de diagnose Hartfalen. In 2008 werd een pacemaker met defibrillator geplaatst. Deze heeft in 2009 zijn leven gered. In 2013 kreeg ook Wies een pacemaker of zoals zij dat noemden een Peacemaker. De slaapkamer werd toen ook officieel de “Peeskamer”.

In 2009 werd Toine gedecoreerd door H.M. Koningin Beatrix. Hij wordt benoemd tot Lid van de Orde van Oranje Nassau. Apetrots!

Vanaf mei dit jaar gaat het steeds minder goed. Regelmatige ziekenhuisopnames in verband met ritmestoornissen en long-ontstekingen zuigen de energie uit Toine. Op Hemelvaartsdag krijgt Toine het Sacrament der Zieken. Al die tijd blijft hij positief. Op 29 september gaan ze nog één keer naar Nieuwvliet; schilderen en de zee zien. Op vrijdag 3 oktober gaat het echt mis en begint Toine te beseffen dat hij niet lang meer te leven heeft. Op maandag 6 oktober blijkt geen therapie meer mogelijk en besluit hij de behandeling te staken. Toine drinkt nog een laatste glas bier met zijn dierbaren. Op woensdagmorgen 8 oktober om 03.00 uur slaapt Toine – na een laatste knipoog aan Wies – heel rustig in.

Lieve mensen, fijn dat jullie er allemaal zijn. Toine zou hier enorm van genoten hebben. Het is de humor en het sociaal engagement die Toine tot Toine hebben gemaakt. Ironie en cynisme waren hem niet vreemd. Maar maakten naarmate hij ouder werd plaats voor empathie en betrokkenheid. Velen van U vonden bij Toine een schouder en een luisterend oor.

Antonio de la Monte Sauvage, een markante persoonlijkheid…en dat was ie.

(tekst Frits van den Wildenberg)